HTML-pagina’s in SharePoint: wat kan wel en wat niet?

Vanaf oktober kun je in SharePoint een pagina publiceren die helemaal uit HTML bestaat. Je laat Copilot hem ontwerpen, of je uploadt een HTML-bestand dat al klaarligt. SharePoint toont het resultaat als gewone pagina, naast je bestaande sitepagina’s.

In augustus schreef ik er al kort over op LinkedIn, toen er alleen nog een roadmap-item was. Er bleven toen vragen open. Wie bewaakt de huisstijl? Wat gebeurt er met scripts? Wie mag zo’n pagina plaatsen? Inmiddels heeft Microsoft de documentatie gepubliceerd en zijn de meeste antwoorden bekend.

In dit artikel zet ik ze op een rij: wat het is, hoe je het aanzet, wat er wel en niet kan, en waar ik als beheerder of communicatieadviseur op zou letten.

Wat is een HTML-pagina in SharePoint?

Een HTML-pagina is een los HTML-bestand in de bibliotheek Sitepagina’s dat SharePoint als pagina weergeeft. De SharePoint-balk met navigatie, Delen en Bewerken blijft gewoon bovenaan staan. Daaronder staat jouw ontwerp, zonder dat je beperkt bent tot secties en webparts.

Het voorbeeld hierboven komt van Microsoft zelf: de leeromgeving van het fictieve bedrijf Zava. Een donker ontwerp met grote typografie, een inhoudsopgave aan de zijkant en animaties. Met standaard webparts bouw je dat niet.

Het is een extra paginatype, geen vervanging. Je gewone sitepagina’s (ASPX) blijven bestaan en werken zoals je gewend bent.

Hoe zet je het aan?

Dit is het eerste wat je moet weten: HTML-pagina’s staan niet vanzelf aan. De site-eigenaar moet per site toestaan dat de bibliotheek Sitepagina’s HTML-bestanden accepteert.

  1. Ga naar de bibliotheek Sitepagina’s.
  2. Kies File types (Bestandstypen) in de commandbalk.
  3. Zet Allow HTML files aan.

Wil je het weer blokkeren, dan zet je dezelfde schakelaar uit.

Belangrijk voor beheerders: op tenantniveau uitzetten of beperken kan niet. Microsoft zegt dat letterlijk in de documentatie. De keuze ligt dus bij elke site-eigenaar afzonderlijk. Daarover verderop meer.

Let op: de uitrol loopt nog. De Engelse knopteksten komen uit de documentatie van Microsoft. Hoe ze in de Nederlandse interface heten, zie ik pas als het in mijn eigen tenant staat. Dan werk ik dit artikel bij.

Hoe maak je een HTML-pagina?

Er zijn drie routes.

Met Copilot. Kies op een site + New en dan HTML page, gebruik de zwevende Copilot-knop rechtsonder, of ga naar de Publish-startpagina en kies + Create en dan HTML page. Je beschrijft in een prompt wat je wilt, eventueel met bestanden als bijlage. Copilot maakt een concept en opent het in bewerkmodus. Controleer daarna of de pagina in Sitepagina’s staat. Zo niet, vraag Copilot hem te verplaatsen of doe het zelf.

Microsoft geeft in de documentatie een paar voorbeeldprompts, zoals een projectstatuspagina met roadmap en veelgestelde vragen, of een pagina met teamprofielen en een tijdlijn. Hoe concreter je bent over inhoud, opbouw en kleuren, hoe beter het resultaat.

Door te uploaden. Via hetzelfde scherm kies je Upload HTML page. In de bibliotheek Sitepagina’s kan het ook: Create or upload en dan Upload HTML page of Upload HTML folder. Met een map neem je afbeeldingen en andere bestanden mee. Die komen in Site assets terecht.

Vanuit een documentbibliotheek. Staat er al een HTML-bestand in een gewone documentbibliotheek, dan kies je via het menu Edit en daarna Edit in SharePoint. Let op: SharePoint verplaatst het bestand dan naar Sitepagina’s. Het verdwijnt uit de oorspronkelijke bibliotheek. Dat geldt ook als je bestanden met Move to naar Sitepagina’s verplaatst.

Hoe bewerk je zo’n pagina?

Op twee manieren. Tekst pas je rechtstreeks op de pagina aan: Edit, tekst selecteren, typen. Voor grotere wijzigingen in inhoud of ontwerp gebruik je het Copilot-chatvenster. Dan beschrijf je wat er moet veranderen, bijvoorbeeld “voeg onderaan een sectie met veelgestelde vragen toe” of “maak de achtergrond van de kop onze huisstijlkleur”.

Je hoeft dus geen HTML te kunnen schrijven. Wel handig om te weten: hoe preciezer je aangeeft welk onderdeel je bedoelt, hoe beter Copilot de wijziging op de juiste plek zet.

Publiceren werkt zoals bij een gewone pagina. Publish maakt de pagina zichtbaar voor iedereen die er rechten op heeft. Publiceren geeft zelf geen nieuwe rechten. Met Save and close bewaar je hem als concept.

Welke licentie heb je nodig?

Dat hangt af van wat je doet.

Wat je doet Copilot-licentie nodig?
Pagina maken via + New of + Create (HTML page) Ja
Pagina maken of bewerken via het Copilot-chatvenster Ja
HTML-bestand uploaden of verplaatsen naar Sitepagina’s Nee
Tekst direct op de pagina bewerken Nee
Publiceren en delen Nee
Pagina bekijken Nee

Ook zonder Microsoft 365 Copilot kun je dus HTML-pagina’s publiceren, mits iemand het bestand aanlevert. Voor alle acties heb je de gewone SharePoint-rechten nodig: pagina’s maken of bewerken, bestanden toevoegen, publiceren.

Wat kan wel en wat niet?

De pagina draait in een afgeschermde omgeving, een zogenaamde sandbox. SharePoint zet de HTML in een geïsoleerd frame, los van de header, footer en navigatie eromheen, met extra beveiligingsregels (Content Security Policy). Dat verklaart de meeste beperkingen.

Wat wel kan

  • Tekst bewerken op de pagina
  • Eigen afbeeldingen, als base64 in het bestand of via een URL binnen hetzelfde domein
  • Video als overlay, Word-, Excel-, PowerPoint- en pdf-bestanden openen in een nieuw tabblad
  • Live data uit SharePoint-lijsten en Excel
  • Links binnen de site, binnen de tenant en naar buiten (voor externe domeinen zie hieronder)
  • Ankerlinks binnen de pagina
  • JavaScript, zolang het in hetzelfde HTML-bestand staat
  • De bibliotheken Chart.js, Mermaid, React, Fluent UI en Babylon, gehost door Microsoft
  • Bekijken in de SharePoint-app in Teams op mobiel
  • Paginastatistieken, vergelijkbaar met gewone pagina’s

Wat niet kan

  • Externe API-aanroepen en willekeurige fetch-requests
  • Scripts of bibliotheken van een eigen of externe CDN
  • Live data uit andere bronnen, zoals Jira
  • De localStorage van de browser gebruiken
  • Inline video, audio en Office- of pdf-bestanden in de pagina tonen
  • Stockfoto’s, organisatie-assets of AI-gegenereerde afbeeldingen via de editor
  • Bewerken in de mobiele Teams-app

En voor communicatie misschien het belangrijkste lijstje:

  • Promoten naar nieuwsbericht
  • Amplify naar Teams en Viva Engage
  • Reacties en likes
  • Plannen van publicatie
  • Samen schrijven (co-authoring) en privéconcepten
  • Opslaan als paginatemplate

Een HTML-pagina is dus een presentatielaag. Hij komt niet in je nieuwsfeed, gaat niet mee in je Engage-flow en collega’s kunnen er niet op reageren.

Waarom opent een link op mijn pagina niet?

Links naar een andere tenant of naar een site buiten SharePoint werken alleen als het domein op de allowlist van de site staat. Dat regelt een site-beheerder:

  1. Ga naar Instellingen > Site-informatie > Alle site-instellingen weergeven.
  2. Kies HTML Field Security.
  3. Voeg het domein toe aan de lijst, sla op en ververs de pagina.

Dit is dezelfde lijst die je misschien al kent van ingesloten video’s en iframes.

Krijgt een HTML-pagina automatisch mijn huisstijl?

Alleen als Copilot hem maakt. Pagina’s die Copilot maakt of via een prompt bijwerkt, krijgen het thema en lettertype van de site. Een geüpload HTML-bestand niet. Dat toont precies wat erin staat. Je kunt Copilot achteraf vragen de pagina op de site-huisstijl aan te passen, maar daarvoor heb je weer een Copilot-licentie nodig.

Het maximum per HTML-bestand is 10 MB. Wordt het groter, verwijs dan naar gehoste afbeeldingen in plaats van ze in te sluiten en haal overbodige code weg.

Waar ik op zou letten

Maak de schakelaar onderdeel van je afspraken. Omdat je het niet centraal kunt uitzetten, bepaalt elke site-eigenaar zelf of zijn site HTML-pagina’s accepteert. Voor een kleine organisatie is dat geen probleem. Heb je honderden sites, neem het dan op in je site-aanvraagproces en in de instructie voor site-eigenaren. Op welke sites mag het aan, en wie beslist dat?

Denk na over huisstijl en toegankelijkheid. De vrijheid die dit biedt, geldt voor iedereen met bewerkrechten. Als elke afdeling zijn eigen ontwerp bouwt, heb je straks tien huisstijlen op één intranet. Geüploade HTML krijgt je huisstijl niet automatisch. En toegankelijkheid (WCAG) is bij een zelfgebouwde pagina net zo goed je verantwoordelijkheid. Voor overheid en zorg is dat een wettelijke verplichting. Een checklist voor wie een HTML-pagina publiceert, is snel gemaakt.

Pas op met ontwerpen van buitenaf. Levert een bureau een campagnepagina aan, controleer dan vooraf of die zonder externe scripts, lettertypen van een CDN of API-koppelingen werkt. Wat buiten de sandbox valt, doet het niet. Beter om dat vóór de lancering te ontdekken.

Kies bewust welk type pagina je gebruikt. Een HTML-pagina is sterk voor naslag die er goed uit moet zien: een onboardingsgids, een jaaroverzicht, een campagnepagina, een projectdashboard op basis van een SharePoint-lijst. Wil je dat collega’s reageren, of moet het bericht in de nieuwsfeed en in Viva Engage komen, dan blijft een gewoon nieuwsbericht de aangewezen route.

Check wat er met ‘live’ cijfers bedoeld wordt. Het voorbeeld van Microsoft toont indrukwekkende getallen en “real-time skill telemetry”. Live gegevens kunnen alleen uit SharePoint-lijsten en Excel komen. Wie een dashboard met een koppeling naar een LMS, CRM of ticketsysteem verwacht, moet de data eerst in een lijst krijgen. Of accepteren dat het een momentopname is.

Wanneer kun je het verwachten?

Volgens het Message Center loopt de uitrol van oktober tot en met december 2026. Je vindt het terug onder MC1479517 (roadmap-ID 569208). Het werkt in de webversie van SharePoint.

Als beheerder is het verstandig de afspraken over de schakelaar per site te maken voordat de knop bij je gebruikers verschijnt. Achteraf terughalen is lastiger.

Tot slot

HTML-pagina’s geven communicatieteams iets waar ze lang om hebben gevraagd: een pagina die eruitziet zoals zij hem bedacht hebben, zonder ontwikkelaar. Tegelijk is het een paginatype met duidelijke grenzen. Geen nieuws, geen gesprek, geen externe koppelingen.

Wie die grenzen kent, kan er goed mee uit de voeten. Wie ze niet kent, loopt er bij de eerste campagne tegenaan.


Bron: Create, upload, edit, and publish HTML pages in SharePoint, Microsoft Support. Message Center: MC1479517, roadmap-ID 569208. Beeld: Microsoft, demo-omgeving Zava.

Een intranetbeheer-dashboard maken met Copilot Skills, zonder developer

Wie een SharePoint-intranet beheert, kent de vraag: welke pagina’s zijn verouderd, welke staan nog in concept en welke zijn uitgecheckt? Het antwoord vinden kost normaal veel klikwerk, of je laat een developer een rapportage bouwen. Sinds Copilot Skills kan het ook anders: je bouwt als eindgebruiker zelf een interactief dashboard. In deze blog en video laat ik zien hoe dat werkt.

Wat zijn Copilot Skills?

Copilot Skills zijn herbruikbare instructiesets die je zelf definieert in Microsoft 365 Copilot. Je legt eenmalig vast wat Copilot moet doen en hoe het resultaat eruit moet zien. Daarna voer je de skill uit wanneer je wilt, zonder telkens opnieuw je prompt op te bouwen.

De video: van skill naar dashboard

In onderstaande video zie je het complete proces. Ik heb een skill gemaakt met de naam SiteBeheerAudit en die uitgevoerd over 7 sites met in totaal 150 pagina’s:

Het resultaat is een HTML-dashboard dat in SharePoint leeft. In één oogopslag zie ik wat aandacht nodig heeft: 9 uitgecheckte pagina’s, pagina’s die nog in concept staan, 101 verouderde pagina’s en 18 pagina’s zonder titel. Bovenin staat een KPI-overzicht, daaronder een prioriteitenlijst en een filterbalk. Ik kan filteren op status en zelfs inzoomen per site, bijvoorbeeld alleen de uitgecheckte pagina’s van de site ICT.

Hoe zit het achter de schermen?

Het dashboard is geen losstaand trucje. In een documentbibliotheek Agent Assets in SharePoint staan de skill en het template. De skill bevat de instructieset voor het uitvoeren van de audit, het template bepaalt hoe het dashboard eruitziet. Copilot gebruikt beide elke keer dat je de skill draait. De versiegeschiedenis laat zien dat ik acht versies nodig had om tot dit resultaat te komen. Itereren hoort erbij, maar het blijft werk dat je zelf kunt doen.

Heb je hier een developer voor nodig?

Nee, en dat is precies het punt. Dit soort dashboards liet je voorheen door een developer bouwen. Met Copilot Skills maak je het als eindgebruiker zelf, met wat iteraties. Dat geeft net wat extra jus aan je intranet, zonder ontwikkelkosten en zonder wachttijd.

De handigste SharePoint-skills van de community, overzichtelijk in één dashboard

De Microsoft 365-community is op zijn best wanneer mensen hun oplossingen niet voor zichzelf houden, maar teruggeven aan de rest. Precies dat gebeurt in de Patterns & Practices-community (PnP): vakgenoten van over de hele wereld bouwen kant-en-klare AI-skills voor Copilot in SharePoint en delen ze gratis. Caring is sharing, zoals we vroeger riepen.

Het enige nadeel: er zijn er inmiddels zoveel dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Daarom heb ik ze voor je op een rij gezet in één overzichtelijk dashboard. Je vindt het verderop in deze blog, en ik neem je er hieronder alvast doorheen.

Wat zijn deze skills eigenlijk?

Een skill is een instructiebestand dat je uploadt naar een speciale Skills-bibliotheek op je SharePoint-site. Copilot in SharePoint pikt hem daar op en krijgt er een nieuwe vaardigheid bij. Geen code, geen developer: je geeft in gewone taal een opdracht en de skill doet de rest. Denk aan het opsporen van dode links, het opschonen van een bibliotheek, of het bouwen van een contentkalender.

Alles komt uit de open repository van Microsoft 365 PnP. Het is community-materiaal, geen officiële Microsoft-oplossing, dus je gebruikt het onder eigen regie en test het eerst rustig in een veilige omgeving. Een Copilot-licentie heb je wel nodig.

52 skills, geordend in acht clusters

In het dashboard hieronder heb ik alle 52 skills verdeeld over acht herkenbare clusters, zodat je meteen ziet wat er voor jou tussen zit:

  • Governance en audits: read-only rapporten over verouderde pagina’s, verweesde nieuwsberichten, dode links, rechten en gastaccounts. Ze brengen in kaart, ze wijzigen niks.
  • Opschonen en organiseren: bibliotheken structureren, bestanden classificeren en automatisch van metadata voorzien.
  • Visuele stijlthema’s: tien kant-en-klare looks waarmee je een saaie lijst omtovert tot iets waarvan je denkt “is dit echt SharePoint?”.
  • Content en intranet: contentkalenders, uitleg-dashboards en een documentbrowser. Direct interessant voor redactie en communicatie.
  • Rapportage en dashboards: management-rapporten, roadmaps en vergelijkingsmatrixen uit je eigen data.
  • Project Intelligence: een keten die projectdocumenten uitleest en er inzichten en beslissingen uit haalt.
  • RFP-respons: een complete offertemachine, van eisen extraheren tot de review.
  • Bouwen en overig: complete oplossingen bouwen, skills converteren en documenten laten stress-testen.

Waar ik zelf enthousiast van word

Zit je in marketing of communicatie, dan zijn twee clusters extra de moeite waard. De governance-skills brengen zonder enig risico in kaart waar je intranet vervuilt: welke pagina’s al maanden niet zijn aangeraakt, welke nieuwsberichten geen eigenaar meer hebben, welke links dood zijn. En de stijlthema’s laten zien dat SharePoint er echt niet grijs en saai uit hoeft te zien.

Dat sluit naadloos aan bij waar ik in geloof: van zenden naar verbinden. Een digitale werkplek die actueel en verzorgd is, nodigt mensen uit om er te zijn. En pas dan ontstaat er echte verbinding.

Bekijk het dashboard

Genoeg gepraat, blader er zelf doorheen. Je kunt in het dashboard zoeken op trefwoord, filteren per cluster en met één klik doorklikken naar de bron op GitHub. Pik eruit wat jouw intranet slimmer en mooier maakt, en deel het vooral weer met je eigen collega’s. Want zo houden we deze community sterk.

Open dashboard op volledig scherm ↗


Kan SharePoint wel in onze huisstijl?

Laatst zat ik bij een communicatieteam aan tafel en binnen vijf minuten viel de zin die ik inmiddels bijna kan dromen: “SharePoint, dat ziet er toch overal hetzelfde uit? Onze ontwerpers kunnen daar niks mee.” Ik snap waar dat vandaan komt. Wie SharePoint een paar jaar geleden voor het laatst echt heeft bekeken, houdt een beeld over van grijze balken en een verplicht lettertype.

Maar dat beeld is verouderd. Microsoft heeft de visuele kant van SharePoint flink aangepakt, en die updates druppelen om de een of andere reden nauwelijks door naar de mensen die er het meest aan hebben: marketing en communicatie. Vijf dingen wil ik daarom uitlichten. Bij elk zeg ik er eerlijk bij wat je vandaag al kunt en wat nog aan het uitrollen is, want niets is vervelender dan iets beloven aan je organisatie dat er nog niet is.

1. Je eigen merk-lettertypes

Begin bij het lettertype, want dat zie je als eerste. Lange tijd was dat het pijnpunt: je zat vast aan wat SharePoint je gaf. Dat is voorbij sinds het Brand Center. Daar upload je gewoon je eigen merk-fonts (.ttf, .otf, .woff en .woff2, tot 10 MB per bestand) en bundel je ze tot een font package.

Zo’n pakket kent vier rollen: Title, Headline, Body en Interactive. In de praktijk zet je bijvoorbeeld een stevig display-font op je koppen en iets rustigs en leesbaars op je broodtekst. Site-eigenaren pikken dat pakket daarna zelf op via Wijzig het uiterlijk, onder “Van mijn organisatie”.

Let op twee dingen, want die vergeet men steevast. De eerste inrichting doet een beheerder eenmalig (het Brand Center draait op Public CDN). En je merk-fonts werken in SharePoint en Viva Connections, maar niet automatisch in Word of PowerPoint op je bureaublad. Voor PowerPoint op het web is er wel losse organisatiefont-ondersteuning, voor klanten met E3 of E5.

En bedenk: fonts erin zetten is een ding, ze eruit halen als een licentie afloopt is net zo goed onderdeel van je beheer. Daar schreef ik eerder over in mijn stuk over het opruimen van oude brand fonts.

2. Headers en sfeerbeelden

De kop van een pagina is je etalage, en daar valt meer te kiezen dan mensen denken. Op siteniveau heb je header-layouts als Standard, Compact, Minimal en Extended. Op de pagina zelf bepaal je met het titelgebied hoe je kop overkomt: Afbeelding en titel, Effen, Kleurblok, tot een paginabreed beeld met tekst eroverheen.

En daaronder geef je secties een eigen achtergrondkleur of een achtergrondafbeelding. Daarmee krijgt een campagnepagina een compleet andere sfeer dan een afdelingspagina. Die ene saaie platte balk waar iedereen zich zorgen om maakte, die hoeft dus echt niet meer.

3. Design Ideas en AI-secties: sneller naar een mooie opzet

Geen inspiratie voor een lay-out? SharePoint heeft, net als PowerPoint, een Design Ideas-functie. In SharePoint heet die Section Design Ideas. Je klikt op het shimmer-icoon in de paginawerkbalk en SharePoint stelt op basis van je content passende lay-outs, beeld en opmaak voor een sectie voor. Een klik en het staat erop. Voor iedereen die geen grafisch ontwerper is, scheelt dat echt.

Handig om te weten hoe ver het reikt. Design Ideas werkt voor secties met bijvoorbeeld een banner-webonderdeel, met een tot drie tekst-webonderdelen, of met een gelijk aantal tekst- en afbeeldings-webonderdelen. Het werkt niet overal: niet bij full-width of verticale secties, niet bij meer dan drie webonderdelen, en niet bij onderdelen als Snelle koppelingen. In niet-overheidstenants zoekt de functie er ook passende stockbeelden bij op basis van je tekst.

Daarnaast is er Sections with AI, waarmee de AI complete secties voorstelt op basis van wat je wilt vertellen. En je begint sowieso zelden bij een leeg canvas, want SharePoint levert ingebouwde sjablonen voor sites, pagina’s en secties.

Nog een weetje voor wie SharePoint langer volgt. De oude SharePoint Look Book, die galerij met voorbeeldontwerpen, is bij Microsoft niet meer als dienst beschikbaar. De ontwerpen bestaan nog wel, als open-source PnP-templates op GitHub, die een beheerder met PnP PowerShell uitrolt. Handig,

4. AI die de eerste opzet voor je maakt (rolt nu uit)

Dit vind ik het spannendste stuk, en juist hier moet ik precies zijn. Copilot in SharePoint laat je in gewone taal beschrijven wat je nodig hebt, en stelt dan een opzet voor: hele sites of losse pagina’s, met structuur en voorbeeldcontent. Jij checkt en schaaft dat plan bij voordat er iets echt wordt aangemaakt.

En nu de nuance die je richting je organisatie niet mag overslaan. Dit rolt nog uit. Sites maken met AI begint volgens Microsoft rond april 2026, en Copilot in SharePoint komt vanaf medio juni 2026 als opt-out preview automatisch beschikbaar voor iedereen met een Copilot-licentie. Verkoop het dus niet als iets van vandaag, en vergeet niet dat die Copilot-licentie een voorwaarde is. Ik heb liever dat een klant aangenaam verrast is dan teleurgesteld.

Waar dit trouwens interessant gaat worden, is de combinatie met HTML-pagina’s die je straks rechtstreeks in SharePoint kwijt kunt. Daar ging mijn eerdere stuk over HTML-pagina’s in SharePoint dieper op in.

5. Waar het echt om draait: grip op je merk

Al die losse knoppen zijn aardig, maar de winst zit in de combinatie. Zet in de Organisatie-beeldbank alleen goedgekeurde logo’s, kleuren en beelden klaar. Leg daar je font packages en huisstijlkleuren uit het Brand Center overheen. Dan gebeurt er iets waar ik als consultant blij van word: je collega’s kunnen alleen nog kiezen binnen de kaders die jij hebt gezet.

En dat mooie is: die beeldbank werkt allang niet meer alleen in SharePoint. Sinds kort haalt PowerPoint diezelfde goedgekeurde beelden op via Insert, Pictures, Brand Images, op desktop en op het web. Een bron dus, die zowel je intranet als je presentaties voedt. Voor redacteuren is dat fijn, maar eigenlijk voor iedereen die iets in de huisstijl moet maken. Let op: voor PowerPoint op het web geldt een E3- of E5-licentie, en een beheerder moet de beeldbank als doorzoekbaar instellen.

Het scheelt gedoe. Geen zoektocht meer naar wie de verkeerde logo-versie op de nieuwspagina heeft gezet, want die versie staat er simpelweg niet meer tussen. Je geeft mensen vrijheid, maar wel op de rails van je merk.

Zo pak je het in de praktijk aan

Even concreet, want “SharePoint kan huisstijl” is nog geen werkwijze. Wat in de praktijk werkt:

Zet eerst je herbruikbare bouwstenen centraal neer, conform je huisstijlboek: je typografie, kleuren en thema in het Brand Center, je goedgekeurde beelden in de beeldbank. Ontwerp daarna je hoofdsite goed, met een landingspagina en een basisnavigatie die als voorbeeld dienen. En rol dat dan uit.

Voor die uitrol heeft SharePoint twee mechanismen die je model kloppend maken. Koppel je sites aan een hub, dan erven ze automatisch het thema en de gedeelde navigatie van die hub. En met een site template leg je een standaard vast, thema, navigatie en instellingen, die je op nieuwe of bestaande sites toepast.

Twee dingen om niet te vergeten. Je pagina- en nieuwssjablonen erven niet automatisch mee via een hub. Die staan per site in Site-inhoud, onder Pagina’s, in de map Templates, en die kopieer je door of neem je op in je site template. Precies daar zit ook een governance-vraag: wie mag die sjablonen aanpassen? Daar ging mijn post over paginasjablonen op slot zetten over. En let op group-connected team sites: een custom thema of logo van de hub wordt daar niet vanzelf toegepast, dat moet handmatig. Bij communicatiesites gaat het wel automatisch.

Even terugkomen op die openingszin

SharePoint is geen starre IT-omgeving meer, maar een serieus intern communicatiekanaal. De technische muren die dat oude beeld in stand hielden zijn grotendeels gesloopt. Het gaat er niet meer om of je merk erin past. Het gaat erom hoe strak je de merkregie neerzet, zodat je huisstijl vanzelf klopt.

Mijn tip: begin niet bij het uiterlijk van een pagina, maar bij je bouwstenen in het Brand Center en de beeldbank. Dat is het fundament dat elke site kan overnemen. Maar denk niet dat je er dan bent. Je templates, je navigatie en je headers richt je daarnaast in, per site en per pagina. Het Brand Center geeft je het palet. Wat je ermee schildert, blijft mensenwerk.

Welke huisstijl-frustratie met jullie intranet zou jij het liefst als eerste de deur uit doen? Zet het in de reacties, ik denk graag mee.

Bronnen

Microsoft 365 SharePoint Online – 4 essentiële sitetypen onthuld!

Deze week bezocht ik een klant om te praten over hun bedrijfsintranet. We wilden weten: hoe kunnen we verschillende sites binnen het bedrijf slim met elkaar verbinden?

Samen hebben we gekeken naar de verschillende soorten sites in Microsoft 365. Dat wil ik graag met jullie delen!

Soorten sites in Microsoft 365.

In SharePoint zijn er twee belangrijke soorten sites:

Teamsites 👥 Een teamsite is een plek waar collega’s samen kunnen werken

  • Geschikt voor projecten en afdelingen
  • Vaak gekoppeld aan een Microsoft Team
  • Iedereen uit het team kan hier documenten delen en samenwerken

Communicatiesites 📰 Een communicatiesite is bedoeld om informatie te delen met veel mensen binnen je bedrijf.

  • Geschikt voor bedrijfsnieuws
  • Leuk en aantrekkelijk vormgegeven
  • Eenrichtingsverkeer: van organisatie naar medewerkers
Artikelcontent
Voorbeeld van verschillende sites binnen een organisatie (bron: Microsoft)

Extra mogelijkheden: Hub Sites en Homesites

Deze speciale sites geven je extra mogelijkheden om verschillende sites van je organisatie beter met elkaar te verbinden. Zo maak je één samenhangend geheel voor alle interne sites

Hub Sites 🔗

Hubsites helpen je om structuur in je sites aan te brengen. Bijvoorbeeld op onderwerp geclusterde sites.

  • Gedeelde top navigatie
  • Uniforme huisstijl / rechten
  • Zoekfunctionaliteit binnen de geclusterde sites
  • Je kunt zowel team- als communicatiesites promoveren tot hubsite
  • Aan een hubsite kun je zowel team- als communicatiesites koppelen

Homesite 🏠

Digitale voorpagina van je intranet

  • Een homesite is een gepromoveerde communicatiesite
  • Dé hoofdsite / landingspagina van je intranet
  • Kan geïntegreerd worden in Teams
  • Organisatiebrede overzicht van alle informatie en nieuws.
  • Gepersonaliseerde content op basis van jouw rol in het bedrijf
  • Centrale landingspagina – voorkomt verwarring welke site nu leidend is

Praktijkvoorbeeld

Een intranet voor het hele bedrijf maar ook met met losse teamsites die geen onderdeel uitmaken van het intranet. Ze zijn niet verbonden met het menu in het intranet en kunnen een afwijkende stijl hebben.

Artikelcontent

Tips voor een goede indeling💡

  • Maximaal drie navigatieniveaus in je menu
  • Houd rechten (wie mag wat zien) zo simpel mogelijk
  • Maak een logische, intuïtieve navigatie zodat iedereen makkelijk kan vinden wat hij zoekt.

Referentielink https://support.microsoft.com/nl-nl/office/de-sjabloon-sharepoint-team-samenwerkingssite-gebruiken-75545757-36c3-46a7-beed-0aaa74f0401e

#Microsoft365 #SharePoint #IntranetDesign #DigitalWorkplace #OrganizationalCommunication

Ambassadeurs in je organisatie: de sleutel tot succesvolle adoptie van je intranet

Veel communicatieprofessionals herkennen het spanningsveld: het management wil tempo maken met nieuwe tools, terwijl medewerkers zich juist overspoeld voelen.

Nieuwsberichten worden nauwelijks gelezen, trainingen zijn snel vergeten en de helpdesk krijgt het drukker in plaats van rustiger. De klassieke aanpak van zenden en informeren schiet tekort. Niet omdat de intentie verkeerd is, maar omdat het niet aansluit bij hoe gedragsverandering in de praktijk werkt.

Verandering van binnenuit

Wat beter werkt: collega’s die het goede voorbeeld geven. Niet vanuit de top, maar vanuit de werkvloer zelf. Mensen die in hun team laten zien hoe nieuwe tools helpen, vragen opvangen en praktische tips delen.

Die collega’s noemen we ambassadeurs. Microsoft noemt ze ‘champions’. Hoe je ze ook noemt: het zijn mensen die helpen om verandering van binnenuit te laten slagen.

Waar vind je ambassadeurs?

Ambassadeurs zijn vaak niet de usual suspects. Je vindt ze op plekken waar je misschien niet meteen aan denkt:

  • Collega’s die tijdens trainingen veel vragen stellen (ze denken namens velen)
  • Teams die vaak bij de helpdesk aankloppen (vaak leergierig en zoekend)
  • Mensen die creatieve omwegen bedenken (praktisch en oplossingsgericht)
  • Kritische medewerkers die, als je ze meekrijgt, juist heel overtuigend zijn

Een sterk ambassadeursnetwerk is een afspiegeling van je organisatie. Betrek mensen uit verschillende afdelingen, functieniveaus en werkcontexten – van beleid tot uitvoering, van digitaal vaardig tot aarzelend verkennend.

Wat geef je ambassadeurs terug?

Zo’n rol hoeft geen extra belasting te zijn én hoeft niet veel te kosten. Een aantal voorbeelden:

  • Erkenning: een bedankje van het MT, een vermelding in de nieuwsbrief
  • Groei: voorrang bij trainingen of presentaties geven in teamverband
  • Invloed: meedenken over communicatie of nieuwe functionaliteiten
  • Verbinding: een community waarin ambassadeurs ervaringen uitwisselen

Hoe houd je het levend?

Eenmalige aandacht is niet genoeg. Zorg dat het programma duurzaam is ingebed:

  • Veranker de rol in ontwikkelgesprekken of teamafspraken
  • Organiseer kennisdelingssessies of inspiratiebijeenkomsten
  • Deel successen zichtbaar in de organisatie
  • Bouw toe naar een groep die zelf initiatief neemt en kennis doorgeeft

De impact: meer dan adoptie alleen

Ambassadeurs zorgen voor draagvlak, begrijpelijke uitleg en praktische hulp. Maar hun waarde gaat verder: ze versterken onderlinge verbinding en maken van een technisch project een organisatieontwikkelingstraject.

De praktijk laat zien: programma’s die 12 tot 18 maanden de ruimte krijgen, leveren blijvende impact op.

Wil je hiermee aan de slag?

Microsoft heeft hiervoor een uitgebreid Champions-programma beschikbaar gesteld, inclusief formats, inspiratie en trainingstools: https://adoption.microsoft.com/en-us/champions/

Voor wie het structureel wil aanpakken: er is zelfs een gratis Teams-app (Champions Management Platform) waarmee je ambassadeurs kunt registreren, ondersteunen en activeren. Met optionele gamification zoals badges, challenges en scorekaarten.

Let wel: in de Nederlandse praktijk werkt het vaak het best als je de nadruk legt op samenwerking, zichtbaarheid en eigenaarschap – niet zozeer op competitie.

Meer info over de app: https://adoption.microsoft.com/en-us/champions/teams-app/

Kun je een SharePoint-nieuwsbericht delen in Viva Engage?

Kun je een SharePoint-nieuwsbericht delen in Viva Engage?

Ja. En vanaf eind september gaat dat een stuk beter dan nu.

Microsoft rolt cross-posting uit tussen SharePoint News en Viva Engage. Je stuurt een nieuwsbericht rechtstreeks naar een community of storyline, het bericht wordt volledig getoond in de Engage-feed, en alle reacties uit SharePoint én uit Engage komen samen in één gesprek.

Klinkt als een detail. Voor wie het interne nieuws verzorgt, is het dat niet.

Wat kon er al, en waarom dat schuurde

Je nieuws in een community krijgen kon natuurlijk allang. Alleen niet elegant.

De meest gebruikte route: het nieuwsbericht publiceren in SharePoint, de link kopiëren, en die in de community plakken. Wat je dan krijgt is een linkvoorbeeld een klein kaartje met een thumbnail en een titel. Wie het bericht wil lezen, moet doorklikken.

Daarnaast bestaan er alternatieven. De Viva Engage-homefeed toont SharePoint-nieuws. Je kunt de Conversations-webpart op een SharePoint-pagina zetten, zodat het gesprek naast het nieuws staat. En met Power Automate kun je via RSS berichten naar een community sturen.

Allemaal bruikbaar. Maar ze lossen geen van alle het echte probleem op: je hebt na afloop twee plekken waar het gesprek plaatsvindt. Iemand reageert onder de SharePoint-pagina, iemand anders reageert in de community, en jij zit als redacteur twee kanalen te bewaken. De beste vraag staat net op de plek waar de helft van je collega’s niet kijkt.

Wat er verandert

Twee dingen.

Het bericht zelf verschijnt in de feed. Geen klein linkkaartje meer, maar de kop, de afbeelding, de tussenkoppen, de alinea’s en de opsommingen van je nieuwsbericht gerenderd in de Engage-feed, met een fade-out onderaan en een link “Nieuwsbericht bekijken”. Direct daaronder staan de reactieknoppen en een reactieveld.

Klik je op “Nieuwsbericht bekijken”, dan open je de volledige SharePoint-pagina. Microsoft is daar expliciet over: het is geen screenshot en geen uitgeklede kopie. Secties, afbeeldingen, knoppen, links en zelfs custom SPFx-webparts blijven gewoon werken. Wat je in SharePoint hebt gebouwd, blijft overeind.

De reacties worden één gesprek. Comments, replies en reacties die iemand plaatst in SharePoint of vanuit welk Engage-kanaal dan ook, verschijnen in dezelfde thread. Inclusief geneste antwoorden. Lezers reageren waar het hun uitkomt; jij hoeft maar één discussie te volgen.

En dat werkt over alle Engage-oppervlakken: web, mobiele app, en de Engage-apps in Microsoft Teams en Outlook.

Heb je hier een Viva-licentie voor nodig?

Nee. En dat is misschien wel het prettigste nieuws.

Cross-posting is beschikbaar voor iedereen met een Microsoft 365-licentie, ook zonder Viva Communications & Communities-licentie. Heb je die licentie niet, dan zie je in de commandbalk Promote in plaats van Amplify. De rest van de stappen is identiek.

Voor veel organisaties haalt dat het gebruikelijke bezwaar weg. “Leuk, maar dat kost vast weer een extra licentie” gaat hier niet op.

Hoe weet je of het werkt?

Je kunt de statistieken van beide kanten naast elkaar leggen.

De pagina-analytics in SharePoint tonen prestaties uit SharePoint én Engage. De analytics in Engage geven een kanaalbeeld: bereik, reacties en comments. Handig detail: SharePoint-nieuws wordt in de Engage-conversatierollups herkend als een apart posttype, dus je kunt het onderscheiden van gewone community-posts.

Wat je precies ziet, verschilt per licentie.

Waar ik op zou letten

Drie dingen, en het eerste is geen techniek maar een afspraak.

Bepaal vooraf welke nieuwssoorten je cross-post. Niet elk bericht hoeft een gesprek te worden. Een verplichte beleidsupdate met een open discussie eronder is zelden een succes — dan ben je vooral aan het modereren in plaats van aan het communiceren. Maak per nieuwstype een keuze: alleen SharePoint, of SharePoint plus community.

Spreek af wie modereert. Dit is de vraag waar nog weinig organisaties een antwoord op hebben. De conversatie leeft technisch in Engage, dus Engage-moderatie en -retentie zijn leidend. Maar de lezer die onder de SharePoint-pagina reageert, denkt dat hij in SharePoint zit. Is de redacteur verantwoordelijk voor die reacties, of de communitymanager? Zet dat op papier vóór het eerste bericht de deur uit gaat, niet erna.

Controleer je bestaande Engage-integraties. Twee klassiekers: de Viva Engage-webparts werken niet op sites met een vanity domain. En de klassieke Highlights-webpart wordt sinds 1 juni 2025 niet meer ondersteund — staat die nog ergens op je intranet, migreer dan eerst naar de Conversations-webpart.

Wanneer kun je het verwachten?

De wereldwijde uitrol start eind september 2026 en is naar verwachting eind oktober afgerond. In je Message Center vind je het terug onder MC1466762.

Als beheerder is het slim om je redacteuren erop voor te bereiden. Niet omdat er iets kapot gaat, maar omdat er een knop bijkomt waarvan ze het bestaan moeten kennen — en omdat je die governance-afspraken liever vóór de uitrol maakt.

Tot slot

Dit is een van die updates die klein oogt en in de praktijk veel scheelt. Niet omdat er een spectaculaire functie bijkomt, maar omdat een vervelend stukje handwerk verdwijnt: twee keer plaatsen, twee gesprekken bewaken, en achteraf uitzoeken waar de beste reactie ook alweer stond.

Werken jullie al met communities op het intranet, dan wordt dit vanzelf merkbaar. Doen jullie dat nog niet, dan is dit misschien het moment om die keuze opnieuw tegen het licht te houden.

Loop je ergens tegenaan bij het inrichten hiervan? Laat het weten — ik denk graag mee.


Bron: Introducing SharePoint News and Viva Engage cross-posting, Microsoft SharePoint Blog, 3 september 2026. Message Center: MC1466762.